Joint Fact Finding


Korte omschrijving
Joint fact finding staat voor kennisontwikkeling op interactieve wijze. Het doel van joint fact finding is het verkrijgen van gedeelde en geaccepteerde kennis als basis voor de onderbouwing van beleid en keuzen door de politiek. Het streven is om onderzoeksresultaten onder belanghebbenden en andere betrokkenen zo gezaghebbend mogelijk te laten zijn, waardoor strijd rond onderzoeksrapporten zoveel mogelijk kan worden voorkomen.
Vraagstelling en perspectief zijn vaak bepalend voor de uitkomst.

Geschikt voor:
•    Informatie verwerven / kennis verrijken.
•    Samenwerken, vertrouwen ontwikkelen
* Uitgaan van hetzelfde feitenmateriaal.
* Voorkomen van strijd (in en buiten de media) over tegenstrijdige rapporten en informatie. Discussie wordt gericht op keuzes en afwegingen.

Grootte en aard groep
Alle voor het onderwerp belangrijke doelgroepen moeten vertegenwoordigd zijn.
Toepasbaar op verschillende schaalniveaus, met dien verstande dat er sprake moet zijn van feitenonderzoek en van belangentegenstellingen.

Aanpak
   1. Verken de omgeving, omgevings- of stakeholdersanalyse. Betrek de “strijdende partijen” hierbij.
   2. Zorg voor vertrouwenwekkende projectorganisatie of onafh. Mediator.
   3. Maak afspraken met betrokkenen proces en spelregels (o.a. omgaan met informatie).
   4. Bereik overeenstemming over kennisleemten en onderzoeksvragen.
   5. Leg die aan politiek en andere achterbannen ter goedkeuring voor (toets op beleids- en politieke relevantie)
   6. Bereik overeenstemming over eventueel in te schakelen bureau of onderzoeksinstelling.
   7. Zorg voor tussentijdse rapportagemomenten.
   8. Maak deadlines, maar voorkom dat kleine overschrijding meteen fataal wordt (zoals destijds bij gevoelig onderzoek Toekomst Schiphol gebeurde).

Aandachtspunten en risico’s
Voorwaarde is dat ook het totale beleidsproces is gericht op het bereiken van gedeelde inzichten. Alle betrokken partijen moeten dat ook echt willen bereiken: ze moeten een ‘open mind’ hebben en de bereidheid om er samen uit te komen.
De methode kan leiden tot meer onderzoek dan minimaal nodig is, en daarmee extra kosten; anderzijds kan dit tot extra opbrengst, betere afgewogen besluiten én steviger draagvlak leiden.
Spreek deelnemers (‘belangenvertegenwoordigers’) vooral als persoon aan op hun persoonlijke deskundigheid. Benadruk dat het is deze fase gaat om overeenstemming over de feiten, en dat daarna verschillende partijen uiteraard hun eigen afweging kunnen maken bij het beoordelen en maken van keuzes (bijvoorbeeld de economische effecten afwegen tegen milieu-effecten).
Leg eventueel de gehele regie over onderzoek en het inbrengen van gegevens bij een speciale commissie of persoon, die het vertrouwen heeft van de partijen. Deze zorgt ervoor dat:
          o Alle relevante kennis en informatie op tafel komt.
          o Fixaties bij partijen constructief aan de orde komen.
          o Er een evenwichtige behandeling van alle erkende kennisvragen plaatsvindt.
          o Geen resultaten onder tafel verdwijnen.
          o Voortdurend bewaking plaatsvindt van het proces van kennisontwikkeling en het beleidsvormingsproces.

Looptijd / frequentie
Gezamenlijke onderbouwing of kennisontwikkeling kan in verschillende fasen van de beleidscyclus worden nagestreefd:
• in de verkenningsfase om een compleet en gedeeld beeld van de problematiek te krijgen;
•    in de beleidsformuleringsfase om (effecten van) oplossingen te onderzoeken.
Looptijd sterk afhankelijk van hoeveelheid en aard onderzoek, meestal enkele maanden of meer. Valt doorgaans goed in te passen in totale planproces.

Benodigde middelen
Sterk afhankelijk van omvang benodigd onderzoek, complexiteit van het project en aantal deelnemers. Vraagt in elk geval een flinke investering in tijd.

Meer informatie
TNO/STB, bijvoorbeeld Maarten van As en Mario Willems, 015-2695407
Zie ook http://www.rws.nl/spijs/spa-toolkit/c25_joint_fact_finding.htm