| Rietveld Binnenterreinen Utrecht |
|
Korte projectbeschrijving De woonomgeving van het grootste –vijftig jaar oude – sociale woningbouwcomplex van Gerrit Rietveld in Utrecht (Hoograven Zuid) was versleten en verloederd. Er zijn vier zgn. binnenterreinen. Dit zijn grote grasperken met groenstroken omgeven door ruime flats. De benedenwoningen hebben allemaal een ruime tuin. De terreinen zijn niet afgesloten en er komen gemakkelijk mensen van buiten. De bewoners voelen zich niet veilig in hun omgeving. Er is weinig verlichting, weinig overzicht, geen toezicht op de kinderen die er spelen, er is drugsoverlast. Bovendien hebben de bewoners last van elkaar (er zijn acht gehorige woningen per trappenhuis) en er is een aantal asociale bewoners. Samen met wijkpartijen en bewoners wordt in het kader van het Hoograven-aan-Zet-programma (Grote-Stedenbeleid) gewerkt aan een fysieke en sociale opknapbeurt. Dit zijn twee samenhangende doelen die elkaar versterken. Inge Pastoor leidt het totale sociaal-fysieke traject, terwijl de woningcorporatie en de welzijnsinstelling resp. het fysieke en het sociale traject begeleiden. |
|
Waarom gekozen voor participatie? Twee bewoners hebben het initiatief genomen en bij het wijkbureau aangeklopt met de vraag of wat gedaan kon worden aan de omgeving van de Rietveld-complexen. De buurt verloedert ook door toedoen van de bewoners zelf. Sommige bewoners zijn apathisch. Betrokkenheid bij de opknapbeurt vergroot de kans van slagen en vermindert de kans dat de buurt op de lange duur opnieuw verloedert. De Buurt-aan-Zet-programma’s werken vraaggericht, vanuit de bewoners. Participatie is dus een vereiste. |
|
Doelen Doel is het verbeteren van de woonomgeving op zowel fysiek, als sociaal vlak. Fysiek zijn zichtbare resultaten te behalen, zodat de daarmee samenhangende sociale aspecten aangepakt kunnen worden. |
|
Doelgroep De doelgroep bestaat uit bovenbewoners en bewoners met tuin (tuinbezitters). Zeventig procent is niet westers. Het gaat om sociale woningbouw. Er is weinig samenhang in de wijk. Een laagdrempelige benadering lijkt noodzakelijk. |
|
Stappenplan Door middel van schouwen, inloopspreekuren en inloopbijeenkomsten worden mensen bij de discussie betrokken.
- Het uitnodigen gebeurt mondeling en zo persoonlijk mogelijk. Een brief op naam met een oproep voor de schouw (een week van tevoren) wordt persoonlijk huis-aan-huis bezorgd door de medewerkers van het project.
- Tijdens de schouw (in oktober, ’s avonds) wordt ter plekke weer aangebeld en wordt de bewoners gevraagd mee te doen. Op zeven verschillende plekken wordt tijdens de rondgang geïnventariseerd wat er goed gaat en wat niet goed gaat.. De bewoners van de aangrenzende tuinen voeren vooral het woord. Mensen worden verleid om een kop koffie te komen drinken na afloop en met elkaar door te praten.
- Een kort verslag wordt gemaakt. De conclusies worden getrokken en bekeken wordt wat daadwerkelijk aangepakt gaat worden, wat op langere termijn en wat niet.
- Zo snel mogelijk wordt een aantal zaken in gang gezet en worden voorlopige plannen gemaakt. De fysieke aspecten liggen daarbij het meest voor de hand, zoals nieuwe hekken plaatsen, struiken snoeien, nieuwe aanplant, verwijderen dumpvuil, opruimen tuinen. De voorbereidingen voor de werkzaamheden worden al in gang gezet (offertes opvragen, technische voorbereidingen treffen, eventueel bouwprocedures doorlopen.)
- Een voorlopig plan wordt voorgelegd tijdens inloopspreekuren, waarvoor mensen ook weer huis-aan-huis en mondeling worden uitgenodigd. De reacties worden verwerkt in de definitieve voorstellen.
- Hierna is er een inloopbijeenkomst, waar mensen kunnen reageren op de laatste voorstellen. Omdat de voorbereidingen al grotendeels zijn gedaan, kan er in principe na de presentatie van de eindvoorstellen sneller werk worden uitgevoerd.
- Tijdens de voortgang van de werkzaamheden worden de bewoners gestimuleerd om zelf ook zaken aan te pakken. Dit gebeurt middels bewonersactiviteiten in samenwerking met het welzijnswerk. Uiteindelijk zijn de volgende bewonersactiviteiten georganiseerd: een anti-duivenoverlast actie, een workshop zelf terras aanleggen, een anti-dumpvuil actie en een haagplanten actie voor de tuinbezitters.
|
|
Activiteiten en middelen Er wordt een ontwerp gemaakt mede op basis van historische ontwerpgegevens (van Rietveld en Galjaard) voor de binnenterreinen door een landschapsarchitect. Om de veiligheid van de terreinen te vergroten wordt gekozen voor open groen metalen hekken rond de tuinen. De hagen op de hoeken worden weggehaald of gesnoeid. De tuinbezitters hebben wat moeite met de openheid. Ze kiezen voor hoge hekken en velen hadden en hebben dichte houten of plastic schuttingen geplaatst. De bewoners krijgen haagplanten voor de tuinen, met schep en instructies. De tuinen worden opgeruimd. Verder wordt strenger gecontroleerd op gedumpt grofvuil . De reinigingspolitie controleert intensief en legt de regels uit. Ze delen ook boetes uit. Omdat de fysieke werkzaamheden maar langzaam op gang komen wordt tussentijds gewerkt aan de overlast van duiven. Ook wordt een workshop terras tegelen gegeven voor de tuinbewoners. Ook wordt een voorbeeldtuin ingericht door de corporatie. |
|
Kosten Het project heeft € 400.000 gekost, inclusief arbeidskosten. Tweederde is door de gemeente betaald (middels de GSB subsidie), eenderde door de woningcorporatie. |
|
Planning De beide schouwen vonden plaats in oktober 2002. In het voorjaar van 2003 hebben de eerste bewonersacties plaatsgevonden. In het najaar van 2003 volgende de eerste fase van de fysieke werkzaamheden, gecombineerd met een twee bewonersactie. In december 2003 moest het project afgelopen zijn. Het is december 2004 geworden. De tweede uitvoeringsfase vond plaats in het najaar van 2004 in combinatie met de derde bewonersactie. |
|
Evaluatie Bij het begin van het project (eind 2002) is een nulmeting gedaan bij 14 huishoudens in het gebied. In februari 2005 wordt opnieuw onderzoek (1-meting) gedaan in hoeverre de doelstellingen zijn gehaald. De traagheid bij de fysieke voortgang van het project heeft het moeilijk gemaakt om de bewoners erbij te houden. Omdat er niet snel resultaat geboekt kon worden met de oorspronkelijke plannen zijn vast die bewonersacties begonnen die wel tot zichtbare resultaten konden leiden, zoals de bestrijding van de duivenoverlast, , terras tegelen etc. Oorzaken van de vertraging:
- Het gaat om een complexe buurt met veel problemen, waardoor oplossingen niet direct voor de handliggend zijn.
- Het onderzoek naar de binnenterreinen door de landschapsarchitect duurde langer dan was voorzien.
- De interne bedrijfscultuur van de wijkpartijen werkte vertragend en er waren nogal wat personele wisselingen bij de wijkpartijen.
|
|
Contactpersoon Inge Pastoor van Bureau voor Overheidscommunicatie (Projectleider en Senior Communicatieadviseur) e-mail: inge@bvoverheidscommunicatie.nl |