Mainport Rotterdam



Korte projectbeschrijving
Tot standkoming Planologische Kernbeslissing Mainport Rotterdam met betrekking tot de oplossing van een (eventueel) ruimtetekort in de haven en de verbetering van de leefbaarheid in Rijnmond.

Waarom gekozen voor participatie?
Technocratische oplossingen (‘zo moet het’) leiden tot weerstand. PMR wilde daarom een proces waarbij betrokken overheden, bedrijven en maatschappelijke groeperingen daadwerkelijk konden participeren.

Doelen
Het doel van participatie was enerzijds om tot de beste inzichten te komen, anderzijds om betrokkenheid en draagvlak te creëren bij belanghebbenden.

Doelgroep
Betrokken overheden (nationaal, regionaal en lokaal), belangengroepen (milieubeweging, ondernemers e.a.).

Stappenplan
(met o.a. organisatie en rollen)
PMR wilde een neutrale projectorganisatie zijn, met als belangrijkste doel het mogelijk maken van politieke besluitvorming over de mainportontwikkeling. Daarbij bleek een flexibele houding en projectplanning een voorwaarde te zijn om goed te kunnen inspelen op bestuurlijke en maatschappelijke ontwikkelingen.
  1. Het bestuurlijk kader, alsmede het recht op inspraak, is vastgelegd in de wettelijke PKB+ procedure.
  2. Vanuit PMR werd een overzicht van in- en externe actoren gemaakt op basis van de vierdeling ‘meeweten, meedenken, meedoen en meebeslissen’. Per fase werd bepaald welke actoren op welke wijze betrokken werden bij het beleidsproces.
  3. PMR hanteerde globaal drie doelgroepclusters:
    • Cluster politiek/bestuurlijke relevantie
      • o.a.: EU/EC, regering en parlement, betrokken ministeries, regionale overheden in de projectomgeving
    • Cluster operationele relevantie
      • o.a.: uitvoerende diensten van Rijk, provincie Zuid-Holland, en gemeente Rotterdam, havenbedrijfsleven, natuur- en milieuorganisaties, visserijbranche, LTO, recreatiesector
    • Cluster maatschappelijke relevantie
      • o.a.: pers en media, bewoners in de projectomgeving, maatschappelijke belangenorganisaties
      Afhankelijk van de projectfase kregen specifieke doelgroepen een hogere of lagere prioriteit.
  4. De strategie ten aanzien van de bevolking was ‘van meedenken naar meeweten’. Na een verkenningsfase die voorafging aan PMR en waarin burgers nog actief konden meedoen, is in de ontwikkelingsfase de actieve rol gedelegeerd naar (deels regionale) publieke en maatschappelijke organisaties. Voor burgers die nauw betrokken zijn bij de planvorming (bijvoorbeeld de bewoners van Voorne die een havenuitbreiding voor de kust vrezen) was dit een stap terug. Aan hen werd echter voldoende ruimte geboden hun bezwaren te uiten en een bijdrage aan de uiteindelijk planvorming te leveren.